Varicellazostervaccin

Introductie

Het varicellazostervaccin beschermt tegen een infectie met het varicellazostervirus. Een infectie met dit virus kan waterpokken en gordelroos veroorzaken.

Er bestaan 2 soorten vaccins tegen het varicellazostervirus. Het vaccin kan het zwakke virus of dode virus bevatten.

Let op! Heeft u een orgaantransplantatie gehad? Dan mag u het varicellazostervaccin met het zwakke virus NIET krijgen. Waarschuw uw arts als u een orgaantransplantatie heeft gehad.

Belangrijk om te weten over Varicellazostervaccin

  • Het varicellazostervaccin beschermt tegen een infectie met het varicellazostervirus. Dit virus kan waterpokken en gordelroos veroorzaken.
  • Om waterpokken en gordelroos te voorkomen.
  • Bijwerkingen: de plaats van de injectie kan pijnlijk, rood of gezwollen worden. Het kan ook jeuken. Ook kunt u last krijgen van koude rillingen, koorts, moe zijn, spierpijn en hoofdpijn.
  • Let op! Heeft u een orgaantransplantatie gehad? Dan mag u de varicellazostervaccins met het zwakke virus niet krijgen. Het varicellazostervaccin met het dode virus mag wel. Waarschuw altijd uw arts als u een orgaantransplantatie heeft gehad.
  • Let op! Bent u zwanger? Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken. Het is niet zeker of dit vaccin veilig is voor zwangere vrouwen.
  • Bent u nog niet zwanger en krijgt u dit vaccin? Dan moet u betrouwbare anticonceptie gebruiken tot 4 weken nadat u dit vaccin heeft gekregen. Vraag uw apotheker om advies.
  • U mag dit vaccin krijgen als u borstvoeding geeft. Let wel op! Heeft uw kind een verminderd immuunsysteem? Dan mag u het vaccin met het zwakke virus niet krijgen. Overleg hierover met uw arts.
Lees meer op apotheek.nl