U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

mecasermine

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Flauwte door te weinig glucose in het bloed (hypoglycemie). Dit is te merken aan hartkloppingen, gejaagdheid en verwardheid. Kinderen met diabetes kunnen tijdens de behandeling minder insuline of bloedsuikerverlagende tabletten nodig hebben. Meet daarom extra vaak het bloedglucosegehalte.

    Zorg dat uw kind bij deze verschijnselen meteen iets eet of drinkt, zoals druivensuiker (bijvoorbeeld Dextro energy), een appel of een glas vruchtensap. Na enkele weken stelt het lichaam zich beter in op de injecties en treedt deze bijwerking minder vaak op. Als uw kind veel last heeft van de hypoglycemieën of uw kind blijft er ook na een paar weken nog vaak last van hebben, overleg dan met uw arts. Misschien moet uw kind een lagere dosering gebruiken. In zeldzame gevallen ontstaan epilepsieachtige aanvallen en uiteindelijk verlies van bewustzijn. Stop dan met het gebruik en waarschuw meteen een arts.

  • Hoofdpijn

  • Maagdarmklachten, zoals braken en buikpijn.

  • Gewrichtspijn, pijn in armen en benen en zelden spierpijn.

  • Blauwe plekken, verdikking en zelden pijn, roodheid, bloedingen, irritatie en verharding op de injectieplaats.

    Om dit voorkomen, kunt u het beste elke keer een andere plaats kiezen om te injecteren. Door af te wisselen, voorkomt u ook dat bobbels of putjes in de huid ontstaan.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Moeilijke ademhaling door vergrote amandelen. Hiervan heeft uw kind vooral last tijdens de slaap nachts (snurken, eventjes stokken van de ademhaling). Ook ontstaan eerder oorklachten, zoals oorpijn en soms middenoorontsteking.

    Raadpleeg uw arts bij een bemoeilijkte ademhaling, zoals snurken of bij oorklachten. De vergroting van de amandelen komt vooral de eerste twee jaar van het gebruik voor. Daarna hebben de meeste kinderen er geen last meer van.

  • Slechter horen.

    Neem contact op met uw arts als u merkt dat het gehoor van uw kind afneemt.

  • Diabetesachtige klachten, zoals dorst en veel plassen.

  • Duizeligheid en trillen.

  • Hartafwijkingen. Raadpleeg uw arts bij hartkloppingen.

  • Borstontwikkeling bij jongens of bij hiervoor nog te jonge meisjes.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Depressie en nervositeit.

  • Groeiafwijkingen van de dijbenen, rug of kaak. Raadpleeg uw arts als uw kind mank of scheef gaat lopen of pijn in een heup of knie krijgt.

    Dit ontstaat als de groei opeens te snel gaat. 

  • Zwelling in de hersenen. Bel uw arts bij de combinatie van hoofdpijn, misselijkheid, braken en oogklachten.

  • Gewichtstoename

  • Haaruitval

  • Overgevoeligheidsreacties vlak na de injectie, zoals benauwdheid, galbulten, zwelling van mond, tong, keel en strottenhoofd.

    Waarschuw dan uw arts. Uw kind mag dit middel in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat uw kind overgevoelig is voor dit middel. Het apotheekteam kan er dan op letten dat uw kind het niet opnieuw krijgt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2021 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP