U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

kyleena

Werkzame stof: levonorgestrel spiraaltje

Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof levonorgestrel spiraaltje

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Onregelmatig bloedverlies ('spotting'), onregelmatige menstruatie of meer of minder vaginale afscheiding dan normaal, vooral aan het begin van de behandeling.

    Bij één op de vijf vrouwen komen de menstruaties juist minder vaak of stoppen zelfs geheel. Als u last blijft houden, raadpleeg dan uw arts. Als het spiraaltje is verwijderd komt de normale menstruatie meestal snel weer terug, tenzij men in de menopauze is.

  • Rugpijn en/of buikpijn gedurende de eerste maanden.

    Bij aanhoudende krampende pijn de arts waarschuwen. Mogelijk wordt het spiraaltje door de baarmoeder uitgestoten. In ernstige gevallen kan de arts het nodig vinden om het spiraaltje te laten verwijderen.

  • Infecties in de baarmoeder, eileiders of eierstokken, vooral gedurende de eerste drie weken na plaatsing.

    Vrouwen die een spiraaltje dragen, hebben een verhoogde kans op een dergelijke infectie. Dit geeft een risico op onvruchtbaarheid in de toekomst. Bij een verhoogde afscheiding uit de vagina moet u uw arts raadplegen. Uw arts kan een behandeling met een antibioticum voorschrijven.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Misselijkheid, pijnlijke of gespannen borsten.

    Deze klachten horen na enige tijd vanzelf over te gaan. Als u na drie maanden nog last heeft, raadpleeg dan uw arts.

  • Vasthouden van vocht (dikke enkels en voeten). Vrouwen met hoge bloeddruk: laat uw bloeddruk regelmatig controleren. 

    U merkt dit ook aan een toename van uw lichaamsgewicht. Hierdoor kan ook uw bloeddruk iets stijgen. Dit is zelden zo ernstig dat u met het spiraaltje moet stoppen. Als u na drie maanden last van dikke enkels houdt, raadpleeg dan uw arts.

  • Hoofdpijn of migraine.

    Als u hier na 3 maanden last van houdt, is mogelijk een ander anticonceptiemiddel meer geschikt voor u. Overleg hierover met uw arts.

  • Duizeligheid

    Bent u duizelig? U kunt het beste even gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Als u na enkele weken nog steeds last heeft van duizeligheid, moet u uw arts raadplegen.

  • Huidafwijkingen, zoals acne, bruine vlekken op de huid of huidirritatie onder invloed van zonlicht, vette huid en vet haar en overmatige haargroei of juist haaruitval.

    Als u hier last van heeft, raadpleeg dan uw arts.

  • Uitzakken of afstoten van het spiraaltje.

    Dit kan ook gebeuren zonder dat u het merkt. Hierdoor vermindert de betrouwbaarheid. Uw arts zal u na vier tot twaalf weken onderzoeken op de ligging van het spiraaltje en daarna elk jaar. U kunt zelf na elke menstruatie met uw wijsvinger voelen of de draadjes hoog in de vagina voelbaar zijn. Trek echter niet aan de draadjes. Mocht u de draadjes niet meer voelen, neem dan contact op met uw arts.

  • Flauwvallen tijdens of kort na het inbrengen van het spiraaltje.

    Even blijven liggen na het inbrengen kan dit helpen voorkomen.

  • Stemmingsveranderingen, zoals sneller geïrriteerd, nervositeit of depressie.

    Als u dit merkt neem dan contact op met uw arts.

  • Meer of minder zin in vrijen.

    De hormonen in het spiraaltje kunnen invloed hebben op uw zin in seks. Als u hier problemen mee heeft, overleg dan met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag en galbulten.

    Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor dit medicijn. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Doorboring van de wand van de baarmoeder door één van de onderdelen van het spiraaltje.

    Dit is een zeer zeldzame complicatie die voornamelijk tijdens het inbrengen kan ontstaan. De arts moet het spiraaltje dan snel verwijderen.

  • Bij vrouwen die borstkanker hebben of hebben gehad, kan de tumor groeien of terugkomen door het gebruik van hormonen.

    Overleg met uw arts over een mogelijk alternatief. Indien dit er niet is, kunt u bij sommige vormen van borstkanker, wanneer is aangetoond dat de tumor ongevoelig is voor hormonen, dit middel wel gebruiken.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2021 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP