U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

diamicron

Werkzame stof: gliclazide

Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof gliclazide

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Gewichtstoename

    Houd uw gewicht daarom goed in de gaten en bespreek met uw arts of diëtist wat u moet doen als u zwaarder wordt.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Een te laag bloedglucose (hypo). U kunt een 'hypo' herkennen aan de volgende verschijnselen: honger, een wisselend humeur, verwardheid, hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, bleek gezicht, wazig zien, beven, zweten en hartkloppingen.

    Dit kan vooral ontstaan als u erg onregelmatig eet (bijvoorbeeld als u een maaltijd overslaat) of als u zich lichamelijk flink heeft ingespannen. Ook als u per ongeluk te veel van het medicijn heeft ingenomen kan een 'hypo' optreden.

    U kunt deze verschijnselen opheffen door iets te eten of te drinken, bij voorkeur druivensuiker, of eventueel suikerklontjes, een lepel honing, extra zoete limonade of een sportdrank. Houd daarom altijd een van deze voedingsmiddelen bij de hand. Kunstmatige zoetstoffen hebben overigens geen effect, dus neem bij een hypo geen 'light' drankje. Zeer zelden kan dit medicijn 's nachts een 'hypo' veroorzaken. U heeft hier vooral kans op als u voor het slapengaan een tablet inneemt, zonder iets te eten. Zorg er daarom altijd voor dat u wat suiker bij de hand heeft als u in bed ligt, bijvoorbeeld druivensuikertabletten op uw nachtkastje.

  • Wazig zien in het begin van de behandeling.

    Ook kan uw gezichtvermogen de eerste maanden veranderen. Dit komt doordat uw ogen aan de veranderingen in de bloedglucose moeten wennen. Wacht dus liefst nog een aantal weken met het aanmeten van een (nieuwe) leesbril.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals diarree, misselijkheid, braken en een drukkend of vol gevoel in de maag.

    Deze bijwerking gaat meestal na enkele dagen over, als u aan het medicijn gewend bent.

  • Afwijkingen in het bloed. De volgende verschijnselen kunnen op deze bijwerking wijzen: koorts, blauwe plekken, blaasjes in de mond of een gele verkleuring van het oogwit.

    Raadpleeg uw arts als u deze verschijnselen opmerkt. Deze bijwerking verdwijnt in het algemeen na het stoppen met het medicijn.

  • Overgevoeligheid. Dit merkt u aan huiduitslag, jeuk, galbulten en soms benauwdheid.

    Stop dan met het gebruik en raadpleeg uw arts. In de toekomst mag u dit soort medicijnen niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor gliclazide. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of de andere sulfonylureum-verbindingen niet opnieuw krijgt. Overgevoeligheid kan ook optreden bij mensen met een sulfonamide-overgevoeligheid. Bijvoorbeeld voor een bepaald type plasmiddelen (thiazides) en een type antibiotica (sulfonamides).

  • In zeer zeldzame gevallen kan een ernstige huidaandoening ontstaan met blaarvorming. De blaren ontstaan met name op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Of u krijgt een ernstige huidaandoening met koorts, zwelling van de lymfeklieren en bloedafwijkingen.

    Neem direct contact op met uw arts als u dit merkt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2021 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP