U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

fludrocortison

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Diarree, verminderde eetlust en smaakstoornissen.

  • Hoofdpijn, flauwvallen.

  • Een te hoge bloeddruk.

    De verhoging van de bloeddruk is meestal de bedoeling van de behandeling. Het kan ontstaan bij mensen die daarvoor gevoelig zijn. Uw arts zal uw bloeddruk controleren en de dosering eventueel aanpassen.

  • Verschijnselen van diabetes (suikerziekte). U merkt dit aan veel dorst en veel moeten plassen. Dit komt vooral voor bij mensen boven de 75 jaar.

    Heeft u diabetes? Mogelijk heeft u tijdens de behandeling meer insuline of glucoseverlagers nodig. Meet extra vaak uw bloedglucose.

  • Vochtophoping (oedeem). Dit merkt u vooral aan opgezwollen enkels en voeten.

    Mensen die al last van oedeem hebben, bijvoorbeeld door hartfalen, zijn hier extra gevoelig voor. Overleg daarom voor gebruik met uw arts als u hartfalen of oedeem heeft.

  • Te weinig kalium in het bloed. Dit merkt u onder andere aan spierkrampen, spiertrekkingen, spierpijn, spierzwakte, minder eetlust, verstopping en hartkloppingen of een overslaand hart.

    Neem bij een of meer van deze klachten contact op met uw arts.

  • Spierklachten, zoals spierzwakte, snel vermoeid, spierpijn, trillende handen en spierkrampen in handen, voeten en benen.

    Dit kan na stoppen nog lang aanhouden.
    Mensen met de spierziekte myasthenia gravis kunnen hier extra last van hebben. Raadpleeg uw arts als uw klachten verergeren

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Maagzweer of darmzweer.

    Dit medicijn kan een maagzweer verergeren.
    Overleg voor gebruik met uw arts of apotheker als u een maag- of darmzweer heeft of kortgeleden heeft gehad. Misschien heeft u een maagbeschermer nodig. Raadpleeg uw arts als uw maagklachten verergeren.

  • Bij vrouwen: wegblijven van de menstruatie tijdens de behandeling.

  • Meer kans op infecties met bacteriën, virussen of schimmels.

    Overleg voor gebruik met uw arts als u een infectie heeft, zoals tuberculose. Dat is nodig omdat sluimerende infecties door dit medicijn erger kunnen worden. Bovendien heeft u het minder snel in de gaten als een infectie uit de hand loopt. Dit medicijn vermindert namelijk de verschijnselen van een ontsteking, zoals roodheid en zwelling.
    Neem in elk geval contact op met uw arts bij:

    • een ontsteking die opeens opkomt;
    • ontstekingen in of rond uw ogen;
    • ontstekingen waarvan u weet of vermoedt dat deze door een virus zijn veroorzaakt, zoals gordelroos;
    • als in uw omgeving mazelen of waterpokken heerst;
    • als u een wond heeft die slecht geneest;
    • als u gevaccineerd moet worden, bijvoorbeeld tegen tropische ziekten. Mogelijk reageert uw lichaam onvoldoende op de inenting.
  • Veranderingen in gevoel en stemming. Dit kan per persoon verschillen. U kunt energieker, prikkelbaar, rusteloos, angstig of agressief worden, maar ook neerslachtig, futloos of vermoeid.

    Een heel enkele keer komen hallucinaties voor. Heeft u veel last van deze stemmingsveranderingen? Praat erover met uw arts. Mogelijk moet de dosering iets lager.

  • Slaapproblemen door rusteloosheid.

    Het kan helpen fludrocortison in één keer vroeg op de dag in te nemen. Overleg hierover met uw arts.

  • Bent u depressief of wordt u hiervoor behandeld? Overleg met uw arts voor u dit medicijn gaat gebruiken.

  • Epileptische aanvallen.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten of jeuk.

    Een heel enkele keer ontstaat een ernstige allergie (met onder andere benauwdheid, zwelling van mond, keel, verlies van het bewustzijn). Ga dan onmiddellijk naar een arts of Eerste-Hulpdienst.
    In beide gevallen mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor fludrocortison. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

Als u meerdere maanden of jaren fludrocortison gebruikt, heeft u kans op onderstaande bijwerkingen. Bij een juist instelling van de dosering is de kans heel klein.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Verminderde werking van de bijnierschors. Vooral kinderen zijn gevoelig voor deze bijwerking.

    Hier heeft u tijdens de behandeling geen last van, maar na het stoppen heeft uw bijnierschors tijd nodig om op gang te komen om weer zelf bijnierschorshormonen aan te maken. Dit kan meerdere maanden duren.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Broze botten (osteoporose) , waardoor deze eerder breken.

    Het is belangrijk tijdens het gebruik van fludrocortison voldoende kalk te gebruiken (in de vorm van zuivelproducten of eventueel als tabletten). Ook lichaamsbeweging is nodig, omdat dat zorgt voor een actieve opbouw van de botten. Het kan zijn dat uw arts u adviseert ook medicijnen tegen botontkalking te gebruiken.

  • Staar (een blijvende vertroebeling van de ooglens: cataract).

    Neem contact op met uw arts als u slechter, wazig of dubbel ziet. Staar komt meestal alleen voor bij gebruik gedurende meerdere jaren.

  • Glaucoom (verhoogde oogboldruk).

    Overleg met uw arts als u weet dat u glaucoom heeft, terwijl u daar niet voor wordt behandeld. Waarschuw uw arts als u minder goed gaat zien of als u hevige pijn achter uw oog heeft die niet binnen enkele uren wegtrekt. Glaucoom komt meestal alleen voor bij gebruik gedurende meerdere jaren.

  • Groeivertraging bij kinderen.

    Het is belangrijk dat een arts regelmatig de lichaamslengte en het lichaamsgewicht controleert.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2021 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP