U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

chloortalidon

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Tekort aan kalium, een bepaalde stof in het bloed. U merkt dit het eerst aan spierzwakte, spierkramp of spierpijn , ernstige vermoeidheid, hartkloppingen of heftige buikklachten. Mensen met hartfalen, levercirrose, nierziekten, of mensen die veel laxeermiddelen gebruiken, hebben hier meer kans op. Ook bij diarree of braken is de kans op een tekort aan kalium groter.

    Als u last heeft van deze klachten, ga dan naar uw arts. Dit kaliumtekort kan ook ontstaan als u dit medicijn al meerdere weken tot maanden gebruikt. Uw arts controleert uw kalium meestal na enkele weken. Mocht u een tekort aan kalium in het bloed krijgen, dan kan uw arts u een ander medicijn erbij voorschrijven dat het kaliumtekort opheft. Mensen met hartfalen, levercirrose, nierziekten, of mensen die veel laxeermiddelen gebruiken, hebben hier meer kans op. Ook bij diarree of braken is de kans op een tekort aan kalium groter. Uw arts zal daarom regelmatig de hoeveelheid kalium in uw bloed controleren. Als u diarree heeft of veel moet braken, neem dan contact op met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Duizeligheid

    De eerste dagen van de behandeling kunt u duizelig zijn. Vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat meestal over als uw lichaam is gewend aan de lagere bloeddruk (binnen enkele dagen tot weken). Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het beste even gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.

  • Tekort aan natrium, een bepaalde stof in het bloed. U merkt dit het eerst aan plotselinge ernstige vermoeidheid, sufheid en een verminderde eetlust. Vrouwen en oudere mensen hebben hier meer kans op. Ook bij diarree of braken is de kans op een tekort aan natrium groter.

    Als u last heeft van deze klachten, ga dan naar uw arts. Meestal ontstaat dit natriumtekort tijdens de eerste weken van het gebruik.
    Vrouwen en oudere mensen hebben hier meer kans op. Ook bij diarree of braken is de kans op een tekort aan natrium groter. Uw arts zal daarom vaak in het begin de hoeveelheid natrium in uw bloed controleren. Als u diarree heeft of veel moet braken, neem dan contact op met uw arts.

  • Impotentie

    Dit komt door de lagere bloeddruk. Als u last heeft van deze bijwerking, vraag dan advies aan uw arts. Mogelijk moet de dosering aangepast worden of is een ander medicijn geschikter voor u.

  • Maagdarmklachten, zoals lichte misselijkheid, braken, maagpijn, verstopping en verlies van eetlust.

    Meestal helpt het als u het medicijn met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.

  • Te hoog bloedglucose. Heeft u diabetes? Controleer dan vaker uw bloedglucose.

  • Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen.

    Dit medicijn vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.

  • Dit medicijn kan de huid gevoeliger maken voor UV-licht (zon, zonnebank, UV-lamp).

    Blootstelling aan zonlicht, zelfs voor korte perioden, kan huiduitslag, jeuk, roodheid of andere verkleuring van de huid en ernstige verbranding door de zon geven. Begint u net met dit medicijn? Blijf dan uit direct zonlicht, met name tussen 10.00 en 15.00 uur, draag beschermende kleding, waaronder hoed en zonnebril, smeer een zonnebrandmiddel op met een hoge beschermingsfactor en ga niet onder de zonnebank. Als u een ernstige reactie op de zon krijgt, stop dan meteen met het gebruik en neem contact op met uw arts.

  • Als u porfyrie heeft, een stofwisselingsziekte waarbij men aanvallen van buikpijn, braken, koorts en hartkloppingen krijgt: dit medicijn kan een aanval uitlokken.

    Geef aan de apotheker door dat u porfyrie heeft. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of andere uitlokkende medicijnen niet krijgt.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag en galbulten.

    Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts. Geef aan de apotheker door dat u overgevoelig bent voor chloortalidon. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het medicijn niet opnieuw krijgt.

  • Ontsteking van de alvleesklier, de galwegen of leveraandoening en bloedafwijkingen. Bij plotselinge hevige pijn in bovenbuik, geelzucht, onverklaarbare blauwe plekken, extreme vermoeidheid of keelpijn met koorts en blaren in de keel moet u direct een arts waarschuwen.

  • Hoofdpijn

    Raadpleeg uw arts als u hier te veel last van heeft.

  • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt.

    Als u last krijgt van deze verschijnselen, moet u zo snel mogelijk uw arts raadplegen.

  • Benauwdheidsklachten

    Als u dit merkt, neem dan contact op met uw arts.

  • Veranderingen in het gezichtsvermogen

    Dit komt doordat uw ogen aan het middel moeten wennen. Als u hier veel last van heeft, overleg dan met uw arts.

  • Als u aanleg voor jicht heeft, kunt u eerder last krijgen van een jichtaanval

    Overleg hierover met uw arts. Dit komt doordat plastabletten het urinezuurgehalte in het bloed laten stijgen. Urinezuur vormt kristallen in sommige gewrichten, waardoor het gewricht gaat ontsteken en een jichtaanval ontstaat. Neem contact op met uw arts als u meer klachten krijgt.
     

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2020 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP