U heeft nog geen producten in uw winkelmand

Terug naar medicijninformatie

betoptic oogdruppels

Werkzame stof: betaxolol oogdruppels

Onderstaande tekst gaat over de werkzame stof betaxolol oogdruppels

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Rode geïrriteerde ogen, pijn in het oog, en zwelling en roodheid van het ooglid

    Raadpleeg dan uw arts.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Wazig zien en een prikkelend gevoel in het oog vlak na het indruppelen

    Dit gaat meestal vanzelf over. Raadpleeg uw arts als deze klachten blijven bestaan.

  • Het gevoel dat er een vuiltje in het oog zit en tranende ogen

    Deze bijwerkingen gaan meestal vanzelf over. Raadpleeg uw arts als ze blijven bestaan.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Droge ogen

    Vooral mensen die contactlenzen dragen kunnen hier last van krijgen. De contactlenzen kunnen dan eerder irriteren. Houd ze in dat geval minder lang in of gebruik bevochtigende oogdruppels (kunsttranen).

  • Overige oogklachten, zoals irritatie, jeuk, vermoeide ogen, korstjes op de wimpers, ooglidaandoeningen en last van fel licht.

    Deze bijwerkingen gaan meestal vanzelf over. Raadpleeg uw arts als ze blijven bestaan.

  • Cataract (grauw staar)

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan jeukende, pijnlijke en rode ogen, maar u kunt het ook elders merken aan huiduitslag, galbulten en jeuk.

    Gebruik dit medicijn dan niet meer. Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan benauwdheid of een opgezwollen gezicht. Ga dan onmiddellijk naar een arts. In beide gevallen mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor dit medicijn. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn of soortgelijke medicijnen niet opnieuw krijgt.

Bijwerkingen in de rest van het lichaam
De oogdruppels kunnen ook in de rest van het lichaam terechtkomen. Via de traanbuisjes bestaat er namelijk een verbinding tussen de oogslijmvliezen en de neusholte. Vanuit de neusholte wordt het medicijn opgenomen in het bloed en kan zich zo verspreiden. Het heeft dan een werking op het hart en de bloedvaten.

Heeft u last van onderstaande bijwerkingen, laat dan in de apotheek controleren of u goed druppelt. U vermindert namelijk de kans op deze bijwerkingen door de traankanaaltjes na het druppelen dicht te drukken. Zie hiervoor de vraag 'Hoe moet ik dit medicijn gebruiken?' Neem contact op met uw arts al u toch last blijft houden van deze bijwerkingen. Mogelijk helpt het dichtdrukken van de traankanaaltjes bij u onvoldoende.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Hoofdpijn

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Duizeligheid, kortademigheid, vermoeidheid, misselijkheid, slapeloosheid, smaakstoornissen, hartritmestoornissen, verminderd libido, angst of stemmingsveranderingen

Van de volgende aandoeningen kunt u extra last krijgen als te veel van het medicijn in het bloed komt. Neem contact op met uw arts als uw klachten verergeren.

  • Astma, COPD, hartaandoeningen, de huidziekte psoriasis, de ziekte van Raynaud (extreem koude vingers en tenen) en de spierziekte myasthenia gravis.

  • Syndroom van Sjögren, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal.

    Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Mogelijk is een ander middel geschikter.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Copyright © 2021 Service Apotheek Beheer. Alle rechten voorbehouden.
IDeal Visa Mastercard
TOP