Zo kan je makkelijk alle informatie vinden in het "Mijn apotheek" menu. Heb je een andere apotheek nodig? Tik dan op "Kies een andere apotheek".

Veel moeders starten na de bevalling met borstvoeding. Toch stopt een groot deel al binnen een maand, vaak door klachten zoals tepelkloven of stuwing. Hieronder lees je de meest voorkomende problemen én wat je zelf kunt doen.
In de eerste week doet borstvoeding bij bijna iedereen pijn. Dit is normaal en hoort na ongeveer een week minder te worden. Blijft de pijn? Dan kan dat komen door:
Kom je er samen met de kraamverzorgende niet uit? Vraag dan via de huisarts of het consultatiebureau om een lactatiekundige.

Soms maak je tijdelijk meer melk aan dan je baby drinkt. Hierdoor raken je borsten overvol, gespannen en pijnlijk: dit heet stuwing. Na een tijdje ontstaat er vanzelf weer balans.
Tips om de pijn te verminderen:
Krijgt je baby te weinig melk? Dan kan hij of zij huilerig worden en minder goed groeien. Borstvoeding werkt volgens vraag en aanbod:
Op die manier stimuleer je de melkproductie.
Tepelkloven zijn pijnlijke scheurtjes in je tepel. Ze ontstaan vaak doordat je baby niet goed aan de borst ligt.
Wat helpt?
Crèmes of zalfjes werken meestal niet beter dan moedermelk.
Tijdens de bevalling kan je baby besmet raken met de gist Candida albicans. Dit kan spruw veroorzaken: witte plekjes in de mond. Dit is onschuldig en gaat vaak vanzelf over. Behandeling is alleen nodig als je baby er last van heeft, bijvoorbeeld door vaak los te laten tijdens het drinken.
Moeder en baby kunnen elkaar blijven besmetten. Daarom is goede hygiëne heel belangrijk:
Voor behandeling van de schimmel zelf kun je contact opnemen met je huisarts.