Article header

Problemen bij borstvoeding

Veel moeders starten na de bevalling met borstvoeding. Toch stopt een groot deel al binnen een maand, vaak door klachten zoals tepelkloven of stuwing. Hieronder lees je de meest voorkomende problemen én wat je zelf kunt doen.

Pijn bij borstvoeding

In de eerste week doet borstvoeding bij bijna iedereen pijn. Dit is normaal en hoort na ongeveer een week minder te worden. Blijft de pijn? Dan kan dat komen door:

  • je baby niet goed aan de borst ligt
  • tepelkloven
  • stuwing
  • een schimmelinfectie
  • een te kort tongriempje

Kom je er samen met de kraamverzorgende niet uit? Vraag dan via de huisarts of het consultatiebureau om een lactatiekundige.

Stuwing

text image

Soms maak je tijdelijk meer melk aan dan je baby drinkt. Hierdoor raken je borsten overvol, gespannen en pijnlijk: dit heet stuwing. Na een tijdje ontstaat er vanzelf weer balans.

Tips om de pijn te verminderen:

  • Leg koude doeken tegen je borsten.
  • Draag een strakke, goed ondersteunende BH.
  • Laat je baby drinken of kolf wat melk af.

Te weinig melk

Krijgt je baby te weinig melk? Dan kan hij of zij huilerig worden en minder goed groeien. Borstvoeding werkt volgens vraag en aanbod:

  • Geef je baby vaker de borst.
  • Of kolf extra melk af.

Op die manier stimuleer je de melkproductie.

Tepelkloven

Tepelkloven zijn pijnlijke scheurtjes in je tepel. Ze ontstaan vaak doordat je baby niet goed aan de borst ligt.

Wat helpt?

  • Vraag hulp bij het aanleggen (kraamzorg, huisarts of lactatiekundige).
  • Laat een beetje moedermelk op je tepels drogen; dat verzacht.
  • Houd de tepels schoon en droog, met goede hygiëne.
  • Je kunt paracetamol gebruiken tegen de pijn.

Crèmes of zalfjes werken meestal niet beter dan moedermelk.

Schimmelinfectie (spruw)

Tijdens de bevalling kan je baby besmet raken met de gist Candida albicans. Dit kan spruw veroorzaken: witte plekjes in de mond. Dit is onschuldig en gaat vaak vanzelf over. Behandeling is alleen nodig als je baby er last van heeft, bijvoorbeeld door vaak los te laten tijdens het drinken.

Moeder en baby kunnen elkaar blijven besmetten. Daarom is goede hygiëne heel belangrijk:

  • Was je handen voor en na de voeding.
  • Maak tepels schoon met water met een beetje azijn en laat aan de lucht drogen.
  • Gebruik weinig zeep.
  • Kook fopspenen en flessenspenen dagelijks uit.
  • Verschoon elke dag je BH.
  • Gebruik paracetamol bij pijn.

Voor behandeling van de schimmel zelf kun je contact opnemen met je huisarts.